Geloofsleven

Herbers’ tegendraadse houding heeft natuurlijk een achtergrond. In zijn leven kunnen twee perioden worden onderscheiden. De tweede periode begint in 1577 in Dordrecht en eindigt in 1607 met zijn overlijden in Gouda. Deze periode wordt gekenmerkt door strijd met zijn ambtsbroeders en is geheel anders verlopen dan hij zich in zijn eerste periode had kunnen voorstellen. Die eerste periode speelde zich af in de Achterhoek en in Westfalen. Hij werd in 1540 of 1544 in Grol (Groenlo) geboren in een rooms-katholiek gezin, werd opgevoed in een klooster en genoot zijn opleiding in het klooster van de cisterciënzers in Gross-Burlo.

In dit voormalige cisterciënzer klooster bij Winterswijk, net over de grens in het huidige Duitsland, begon Herman Herbers als kloosterling zijn geestelijke loopbaan. Het staat nu bekend als het oblaten klooster Mariengarden.

Hij kwam daar in aanraking met werken van hervormers als Erasmus en Luther en werd achtereenvolgens priester in Winterswijk en kapelaan in Bocholt. In de laatste plaats werd hij vanwege zijn protestantse opvattingen afgezet en verbannen door de bisschop. Hij kreeg onderdak in Wezel, waar hij Luthers hulppredikant werd. Daar leerde hij gereformeerde vluchtelingen kennen die zijn kerk bezochten, omdat deze gelovigen enkele jaren niet over een eigen predikant beschikten. Hij moet geraakt zijn door hun christelijke vrijheidsdrang. Belangstelling voor het gereformeerde protestantisme blijkt ook uit zijn keuze voor de philippisten. De vier stadspredikanten, waaronder Herbers, behoorden allen tot deze Lutherse stroming die vooral over de viering van het avondmaal gelijksoortige ideeën hadden als de calvinisten. Zij werden philippist genoemd naar Philip Melanchthon, die bevriend was met Luther. Melanchthon was een humanist, verwant aan Erasmus en geneigd tot het sluiten van compromissen met de Rooms-Katholieke Kerk. Lutheranen wilden eigenlijk geen eigen kerk stichten, evenmin als Erasmus dat wilde. Erasmus wilde door onderzoek terug naar de oorspronkelijke betekenis en zuiverheid van de Bijbel. Hij was sterk op de persoon van Christus gericht en wilde niet alles in leerregels vastleggen. Deze opvattingen zijn ook bij Herbers terug te vinden. Met Luther had hij gedachten over Gods genade gemeen. Hij geloofde dat het leven in Christus hem uit genade geopenbaard was als het enige middel tot zaligheid. Er zijn ook overeenkomsten met Calvijn. Te denken valt aan de centrale rol die beiden toebedeelden aan Paulus en hun sterke gerichtheid op de werking van de Heilige Geest. Zowel Calvijn, Melanchthon als Herbers meenden dat de gelovige een proces van wedergeboorte moest doormaken.
Calvijn en Luther kenden ook een belangrijke plaats toe aan de mystieke beleving van hun geloof. Beiden benadrukten de unio mystica, de mystieke eenheid: de mens weet zich één met Christus door het werk van de Heilige Geest in het innerlijk van die mens. Herbers’ geloofsleven werd eveneens bepaald door ontvankelijkheid voor de werking van de Heilige Geest en verlangen naar vereniging met Christus. Bestudering van de Bijbel, de kerkvaders, zijn rooms-katholieke achtergrond en zijn opleiding in een klooster van de cisterciënzers zullen zijn hang naar mystiek gewekt en verder versterkt hebben. Het Nieuwe Testament kan op veel plaatsen mystiek geduid worden, vooral bij Paulus en Johannes: het gaat steeds om de eenheid met Christus. De cisterciënzers legden de nadruk op innerlijke beleving van het geloof. Zij kenden een belangrijke plaats toe aan de bruidsmystiek, ontwikkeld door Bernardus van Clairvaux. Hun mystieke traditie is terug te vinden bij de latere religieuze beweging Moderne Devotie van Geert Grote (1340-1384), die weer invloed heeft gehad op het denken van de christelijke humanisten. Het leven van Jezus, zijn lijdensweg en het verlangen om dicht bij God te zijn, staan bij allen centraal. Zo ook bij Herbers, die een geestelijk verstaan van de Bijbel voorstond. Herbers zag achter de letterlijke woorden van de Bijbel een verborgen betekenis, die alleen verstaan kon worden door gelovigen die ontvankelijk waren voor de werking van de Heilige Geest. Zijn opvattingen over bepaalde geloofspunten, zoals rechtvaardiging, predestinatie en volkomenheid van de gelovige weken af van die van de rechtzinnige calvinisten. Die opvattingen vloeiden niet voort uit een vrijzinnige uitleg van de Bijbel, maar kunnen verklaard worden vanuit zijn mystieke geloofsbeleving.
Die afwijkende geloofspunten en het zich voortslepende conflict met de Gereformeerde Kerk staan vaak centraal wanneer Herbers ter sprake wordt gebracht. Het lijkt wel alsof de rechtzinnig calvinistische invalshoek – misschien onbedoeld – veel beschouwingen over Herbers bleef domineren. Herbers’ belangstelling voor het werk van de spiritualist David Joris werd bijvoorbeeld vaak negatief uitgelegd, maar die interesse vloeit waarschijnlijk voort uit de al bij Herbers aanwezige mystieke inslag en de populariteit van David Joris in de tijd, waarin Herbers leefde en nog ver daarna. Nergens blijkt dat Herbers de ideeën van Joris heeft overgenomen. Het spiritualisme uit zich door een mystieke beleving van het geloof. Die beleving zal op Herbers aantrekkingskracht hebben uitgeoefend, niet de geestdrijverij van Joris en zijn aanhangers.

Bron: Herman Herbers, Gouds predikant van 1582-1607 (Gouda 2011)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *